|
Een priester, een rabbijn en een dominee willen weten wie het beste in
zijn werk is. Ze gaan ieder afzonderlijk het bos in, vinden een beer en
proberen hem te bekeren. Later komen ze bij elkaar en de priester
begint: ‘Toen ik de beer vond, las ik hem voor uit de catechismus en
besprenkelde hem met wijwater. Volgende week doet hij zijn eerste
communie.’
‘Ik vond een beer bij de rivier,’zegt de dominee, ‘en preekte hem Gods
woord. De beer was zo gefascineerd dat ik hem mocht dopen.’ Ze kijken
allebei de rabbijn aan, die helemaal in het gips zit. ‘Achteraf
bekeken,,’zegt hij, ‘had ik misschien niet met de besnijdenis moeten
beginnen.’
|